De Roze advocaat

De roze kant van het recht

gepubliceerd in het magazine Mr. Juni 2016

De roze kant van het recht

De juridische wereld heeft een nieuwe niche ontdekt: homo’s, lesbiënnes, biseksuelen en transgenders zitten met geheel eigen vragen, waarmee ze bij traditionele advocaten en notarissen nauwelijks terecht kunnen. Aan de andere kant omarmen advocaten- en notariskantoren steeds meer hun eigen LHBT-medewerkers.

Michel Knapen

Weer eens wat anders, dacht familierechtadvocaat Desiree Maes enkele jaren geleden. Echtparen die gingen scheiden zag ze al met grote regelmaat, maar nu betrof het twee vrouwen die van elkaar af wilden. Geen ingewikkelde kwestie, afgezien van de gebruikelijke emoties.

Lastiger was het toen enige tijd later weer twee vrouwen zich meldden. Ze waren met elkaar getrouwd en de een was zwanger. Wat was de positie van de ‘meemoeder’? ‘Zij wilde het kind adopteren’, herinnert Maes zich nog. ‘Ik vond dat eigenlijk wel vreemd: als de zwangere vrouw met een man was getrouwd, dan was een adoptie niet nodig geweest. En nu met twee vrouwen wel?’ Ze verbaasde zich over deze juridische discriminatie, en ging zich verder in deze materie verdiepen.

Tegelijkertijd diende het ene na het andere praktijkgeval zich aan. Zo kwam een getrouwd lesbisch koppel langs met een kinderwens. Een vriend, die zelf een gezin had, wilde wel donor zijn, en tekende ervoor dat hij afstand zou doen van het kind dat later zou worden geboren. ‘Dat ze hem kenden moesten we verzwijgen, want een bekende donor heeft meer rechten dan een onbekende. Die constructie vond ik onbevredigend, maar zo zit de wet nu eenmaal in elkaar.’

En er klopte een vierde vrouwenkoppel aan. Een van hen wilde een ongeboren vrucht adopteren. ‘Hoewel dat wettelijk mogelijk is, wees een rechter dat toch af, omdat de vrucht ‘niet bepaalbaar’ was – het was onbekend of het een jongetje of meisje was. En dat terwijl de gemeente, die de papieren in orde moest maken, er wél klaar voor was. En er was nog een probleem: de meemoeder wilde dat op de geboorteakte ook háár naam als ouder kwam te staan, maar die vlieger ging niet op.’

Roze notaris

Dat de LHBT-gemeenschap (lesbiënnes, homo’s, biseksuelen en transgenders) met geheel eigen vragen zit, dringt langzaam door tot juridische Nederland. Inmiddels werkt Desiree Maes, verbonden aan het Haarlemse advocatenkantoor Trompenburg, ook onder een apart label: de Roze Advocaat, met een website met dezelfde naam. Elders in het land zijn vergelijkbare initiatieven gestart. Oud-kandidaat-notaris Akycha Tegelaar werkt onder de naam de Roze Notaris, advocaat Gerald Janssen presenteert zich met GayLegal. En advocaten, fiscalisten en notarissen die zelf LHBT zijn, krijgen bij hun kantoor langzaamaan meer aandacht en ondersteuning (zie kaders).

Het blijken juridische niches te zijn die het heel aardig doen.  ‘Van de bevolking is ongeveer acht à tien procent homoseksueel’, weet Akycha Tegelaar. ‘Daarmee is de kans vrij klein om een deskundige te treffen die gelijkgestemd is.’ Zelf is Tegelaar getrouwd met een vrouw en moeder van twee kinderen. Na haar studie notarieel recht ging ze als kandidaat-notaris aan de slag bij het Leidse advocaten- en notariskantoor TeekensKarstens. Daar kreeg ze incidenteel vragen van roze koppels, vooral die met een kinderwens. Voor hen wilde ze meer betekenen. ‘Het is prettig wanneer cliënten tegenover een ervaringsdeskundige zitten, bij wie ze zich op hun gemak voelen. Dat geldt zeker in zaken die zo persoonlijk zijn als op het gebied van het familie- en erfrecht.’

Daarvoor wilde Tegelaar wel beter zichtbaar zijn, en bedacht de Roze Notaris. Maar het was geen voor de hand liggende stap om zich als lesbische jurist te profileren. ‘Ik heb er lang over nagedacht of ik dat echt wel wilde. Maar als lid van de Rainbow Families en het feit dat ik regelmatig juridische lezingen geef voor COC’s maakte dat ik al enige bekendheid genoot. En mijn omgeving reageerde positief.’ In 2013 startte ze met haar eigen juridisch advieskantoor dat zich toelegt op het familie- en erfrecht. Een collega doet uitsluitend ‘reguliere’ zaken, Tegelaar besteedt de helft van de tijd reguliere zaken en de andere helft gaat op aan LHBT-kwesties. De Roze Notaris is een samenwerking tussen haar kantoor Kroes & Tegelaar en het Wassenaarse notariskantoor Geurts & Partners.

‘Iets betekenen’ was ook de drijfveer van Desiree Maes. ‘Ik kreeg steeds meer van dergelijke zaken en ik ontdekte dat het echt een apart vakgebied is. Niet iedere familierechtadvocaat heeft dit in de vingers. Het is écht puzzelen.’ Maes liet de website De Roze Advocaat bouwen, die in oktober 2015 de lucht inging. ‘Dat ik zelf niet roze ben, vinden cliënten alleen maar prettig.’

Kinderwens

De roze kant van het recht levert vooralsnog genoeg juridische vragen en dus ook werk op. De Wet openstelling huwelijk van 1 april 2001, die het Burgerlijk Wetboek wijzigde zodat ook personen van hetzelfde geslacht met elkaar kunnen trouwen, bracht een extra gevolg met zich mee: stellen die kunnen trouwen, kunnen later ook weer scheiden. Zo is van alle vrouwenparen die in 2005 trouwden, nu ruim 30 procent gescheiden. Bij mannenparen en gemengde paren komen echtscheidingen minder vaak voor: 15 procent en 18 procent. Jaarlijks trouwen er iets minder dan zeshonderd homostellen en iets meer dan zeshonderd lesbische stellen.

Nederland liep op het terrein van het homohuwelijk altijd voorop. De wettelijke gelijkheid is toegenomen, de wettelijke discriminatie is afgenomen. Maar het wordt pas complex als er bij deze stellen een kinderwens is. ‘Dan heb je altijd een derde nodig’, zegt Tegelaar. Twee vrouwen hebben een donor nodig, twee mannen hebben een draagmoeder nodig. En met alle partijen moeten goede afspraken worden gemaakt, er zijn verwachtingen over en weer en die kunnen niet altijd worden waargemaakt. Dat zijn vaak afspraken over wat er gaat gebeuren als de roze wolk is overgedreven: wie wordt juridisch ouder of wie houdt gezag als het stel gaat scheiden.’

De grootste complicatie zit dus niet meer in het trouwen maar bij kinderen van homo- en lesbische stellen. En dat is, met de Wet lesbisch ouderschap (1 april 2014) weer beter voor vrouwen dan voor mannen geregeld. Worden er kinderen tijdens hun huwelijk geboren, dan zijn beide vrouwen automatisch juridisch moeder van dat kind, oefenen beiden gezag uit en hebben beiden recht op omgang.

‘Er is een maar’, zegt Tegelaar. ‘Er moet dan wel sprake zijn van een onbekende donor die afkomstig is van een erkende Nederlandse spermabank, zodat de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (DKB) de juiste verklaring kan afgeven. Bij een bekende donor is de meemoeder niet automatisch juridisch moeder van het kind. Wel opent de Wet lesbisch ouderschap de mogelijkheid dat de meemoeder in zo’n geval het kind kan erkennen.’ Indien er een bekende donor is, wat in de praktijk veel voorkomt (ook door de terugloop door de opheffing van de anonimiteit van de donor) is het belangrijk dat de wensmoeders en de donor goede afspraken met elkaar maken in een zogenoemde donorovereenkomst.

Staatscommissie

Dat zijn ingewikkelde zaken die ook Maes liever niet overlaat aan een ‘gewone’ familierechtspecialist. ‘Een tijd geleden werd ik om advies gevraagd door een vrouw die van haar vrouw was gescheiden. Wel wilde ze graag het gezag van het kind behouden. De advocaat van de wederpartij had een convenant opgesteld waarin stond dat alleen die andere vrouw eenmoedergezag zou hebben en dat mijn cliënte afstand van gezag had gedaan. Hoewel dat feitelijk niet eens kan, zat mijn cliënte toch vast aan de nieuwe situatie: ze was haar gezag over het kind kwijt. Ik wil maar zeggen: regel zoiets met de specialist.’

Dat kan bijvoorbeeld ook bij Gerald Janssen, die als advocaat is verbonden aan Kühn Advocaten (Amsterdam) maar ook opereert onder de naam Gay Legal. Nog voordat Tegelaar en Maes hun LHBT-praktijk begonnen, was Janssen op dit terrein al actief. ‘Ik koos in 2012 heel bewust voor dit onderwerp en deze doelgroep. Er was behoefte aan. Het gaat daarbij niet alleen om de specifieke juridische kennis maar ook dat je cliënten kunt ontvangen in een vertrouwde omgeving waar zij in vrijheid kunnen spreken.’ Ook Janssen houdt regelmatig advocatenspreekuur bij COC Amsterdam.

Hij ziet nog grote verschillen tussen mannen en vrouwen. Door de Wet lesbisch ouderschap kan de duomoeder gemakkelijk het kind van haar partner erkennen, zodat het kind twee juridische ouders heeft. Bij mannen is dat lastiger: een kind kan niet twee juridische vaders hebben.’ De Staatscommissie Herijking ouderschap kijkt naar het duo-vaderschap, weet Janssen. ‘De man family is er nu eenmaal, nu is de wetgever aan zet.’ Dat het allemaal zo lang duurt wijdt hij aan de gewenste zorgvuldigheid van nieuwe regels: ‘Dat kost nu eenmaal tijd’.

Ook Janssen ervaart de toename van scheiding van personen van hetzelfde geslacht. ‘Jaren geleden had ik het druk met homohuwelijken, nu meer met homo- en lesbische echtscheidingen. Bij vrouwen die gaan scheiden zie je iets meer schaamte dan bij gemengde huwelijken, en juist daarom zoeken ze graag steun bij homoseksuele advocaten. Voor de rest zijn de strubbelingen vergelijkbaar met die van gemengde echtscheidingen: de omgang met de kinderen en de alimentatie leveren altijd gedoe op.’

Familierechtjuristen hopen dat de staatscommissie een aantal zaken goed gaat regelen. Zoals over eiceldonatie, waarbij een vrouw alleen als draagmoeder optreedt. Tegelaar: ‘Psychologisch is het in die rol makkelijker om afstand van het kind te doen: het is in feite niet je kind, je hebt het alleen gedragen en gebaard. Dat kan in het voordeel zijn van mannen met een kinderwens. Omdat de eicel bij notariële akte van de ene vrouw aan de andere vrouw wordt geschonken, is de moeder niet langer de juridische moeder en kunnen beide mannen wel de juridische ouder worden. In feite gebeurt dit al maar nog zonder wettelijke basis.’

Wat waarschijnlijk niet nog snel wordt geregeld is het commerciële draagmoederschap. Ook dat vindt in de praktijk wel plaats, maar er zijn grote complicaties denkbaar. Wat moet er gebeuren als de moeder besluit het kind zelf te houden, ook al was afgesproken dat de kind naar een homostel zou gaan? En andersom: wat als het homostel weigert het kind te accepteren, bijvoorbeeld omdat het gehandicapt blijkt te zijn?

Voor homostellen rest dan vaak één weg: adoptie. Tegelaar: ‘Maar dat is erg kostbaar. Wie een kind uit de VS wil adopteren, moet al snel een ton neerleggen voor de kosten voor de juridische en ambtelijke procedures, de reis- en verblijfskosten, de kosten van de bevalling, noem maar op.  Daarom kiezen veel mensen voor erkenning of voor co-ouderschap.’

Maar ook dat kan weer nadelen hebben, zegt Maes. ‘Erkennen, bijvoorbeeld door de duomoeder, is een eenvoudigere en goedkopere procedure dan adoptie. Een probleem is echter dat erkenning in het buitenland vaak niet wordt geaccepteerd. Dus als je gaat emigreren is je kind plotseling je kind niet meer. Bovendien kan erkenning worden vernietigd, zowel door de biologische moeder als door de donor. Adoptie is dan wel duurder en ingewikkelder, maar het is niet meer terug te draaien én wordt in het buitenland geaccepteerd. Ik adviseer mijn cliënten altijd: erkenning is simpel, tót het fout gaat. Bij erkenning speelt altijd onzekerheid. Wie echt vooruit denkt, kan misschien beter kiezen voor adoptie.’

Onbegrip

Maar deze juristen houden zich niet alleen bezig met de LH’s maar ook met de BT’s – de biseksuelen en transgenders. Deze laatsten kunnen te maken krijgen met het letselschaderecht, als geslachtsveranderende operaties verkeerd uitpakken. Ze lopen tegen het naamrecht aan, want als Jos voortaan José wil heten, moet dat weer worden geregeld. Maes, Janssen en Tegelaar benoemen het onbegrip bij de instanties. ‘José kan niet zonder meer het bestaande telefoonabonnement van Jos overnemen’, zegt Maes. ‘Belbedrijven zien dat als een nieuw abonnement. En als dat duurder is dan het vorige abonnement, word je als transgender dus financieel benadeeld.’

Janssen: ‘Ik sta regelmatig transgenders bij rondom wijziging van de geslachtsnaam, geslachtsaanduiding, onbegrip op de werkvloer – net als biseksuelen hebben ze last van discriminatie, wat soms tot ontslag leidt – en medische vergoedingen. Steeds ontdek je nieuwe bijzondere gevallen. Zo had ik eens te maken met een transgender, die als geadopteerd kind in het land van herkomst nooit een geboorteakte had laten opmaken. Dan is een verandering van de voor- of geslachtsnaam niet mogelijk, hoewel deze cliënt dat graag wilde. Het betrof hier een geval van vóór de recente Transgenderwet, want sindsdien is dat wel geregeld. Het lukte me wel via de rechter een vervangende geboorteakte op te stellen. Transgenders kunnen hierdoor alsnog de laatste stap van de transitie afronden.’

Er is veel geregeld, zeggen Janssen, Maes en Tegelaar. Maar toch: ‘Het roze recht zou niet nodig moeten zijn. LHBT’ers zouden gelijke rechten moeten hebben.’

Janssen: ‘Laten we beginnen met artikel 1 van de Grondwet te wijzigen: discriminatie op grond van seksuele geaardheid zou expliciet moeten worden genoemd. Maar ook dat is een proces van zeer lange adem.’

Beste advocatenkantoren voor LHB’s

In het Verenigd Koninkrijk laat de Workplace Equality Index zien hoe vriendelijk en aantrekkelijk bedrijven zijn voor homo’s, lesbiennes, bi- en transseksuelen. Enkele advocatenkantoren die ook een Nederlandse vestiging hebben scoren hoog in de top-100: Clifford Chance (9e plaats), Baker & McKenzie (11), Freshfields (17) en Norton Rose Fulbright (22). Hogan Lovells staat op plek 58, gevolgd door Eversheds (86). In totaal streden 415 organisaties om een plek in de top-100. Een eervolle vermelding gaat naar Simmons & Simmons: dit kantoor stond de afgelopen vijf jaar al drie keer in de top-10.

LHBT-juristen verenigen zich

In navolging van vergelijkbare netwerken elders in de wereld hebben Amsterdamse advocaten, (kandidaat-)notarissen en belastingadviseurs bij vooraanstaande kantoren zich verenigd in het Legal LGBT Network ‘Forward’.

Menno Geusens (Jones Day), een van de initiatiefnemers: ‘Ons netwerk is geïnspireerd door wat collega’s in Londen en New York hebben gedaan. Bij hun kantoren staat diversity veel hoger op de agenda, vooral in het kader van business development. Als je hoog scoort op diversiteit, kan dat commercieel ook interessant zijn.

‘In Nederland waren het vooral lokale initiatieven, op kantoren als Nauta Dutilh, Houthoff Buruma en De Brauw Blackstone Westbroek. LGBT-advocaten bespraken onderling waar ze tegenaan liepen, met name in de omgang met collega’s en cliënten. De besturen ondersteunden dat, en zo kwam er ook hier meer aandacht voor diversity. Kantoren pasten bepaalde documenten aan: als er stond ‘uw vrouw moet ook tekenen’, dan werd dat: ‘uw partner moet ook tekenen’.

‘In de zomer van 2015 werd besloten deze initiatieven te verbreden, en zo ontstond Forward. Veel Zuidas-kantoren hebben hun steun toegezegd: Allen & Overy, Baker & McKenzie, De Brauw, Hogan Lovells, Houthoff, Jones Day, Linklaters, Nauta, Norton Rose Fulbright, Simmons & Simmons, Stibbe en Van Doorne. Maar Forward is uitdrukkelijk bedoeld als een inclusive netwerk, dat openstaat voor alle LGBT-juristen in het bedrijfsleven, de rechterlijke macht en de wetenschap.

‘We beogen met Forward de acceptatie, erkenning en zichtbaarheid van lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders binnen de Nederlandse juridische beroepsgroep te bevorderen. De advocatuur is nog redelijk traditioneel, waarin het minder makkelijk is jezelf te zijn of voor je geaardheid uit te komen. Er zijn advocaten die er maar niets over zeggen omdat ze bang zijn dat dit hun carrière schaadt. Dat willen we doorbreken. Dat doen we met bijeenkomsten en andere events. Nee, een Zuidas-boot op de Gay Pride zit er niet in, hoewel we niets uitsluiten.’

Klik hier voor het originele bericht.